Pedagogische Visie BSO


Waarom een pedagogisch beleidsplan?

In een pedagogisch beleidsplan maak je duidelijk hoe je werkt en waarom je dat zo doet. Het pedagogisch beleidsplan biedt - als het goed is - een richtlijn voor pedagogisch handelen van de leidsters. In de praktijk blijkt die verbinding tussen beleid en praktijk moeilijk te zijn. Vaak zie je dat het beleidsplan in de kast blijft liggen, of dat elke leidster er haar eigen invulling aan geeft, zonder dat daarover gesproken wordt. Het blijkt dat deze verbinding alleen tot stand komt als een proces van bewustwording en reflectie bij alle medewerkers op gang komt. Een pedagogisch beleid is nooit af. Het is een voortdurend proces van pedagogische vernieuwing. Het gaat om blijvend nadenken over wat je wilt met de kinderen, nieuwe dingen uitproberen, elkaar kritische vragen durven stellen, regels ter discussie durven stellen. De meeste instellingen zien een pedagogisch beleidsplan als een belangrijk beleidsdocument. Een pedagogisch beleidsplan op papier heeft een aantal belangrijke voordelen. Het is voor ouders duidelijk waar de instelling voor staat, wat zij belangrijk vindt in de opvoeding van de kinderen en op welke manier hier uitvoering aan wordt gegeven. Het beleid is hierdoor inzichtelijk en er kan gemakkelijker over gepraat worden. Voor de groepsleiding betekent het dat zij weet wat belangrijk wordt gevonden in de instelling, er kunnen discussies over gevoerd worden en kan men elkaar aanspreken op het pedagogisch handelen. Kortom een pedagogisch beleidsplan biedt de instelling de mogelijkheid om zich te profileren en zich verder te ontwikkelen, biedt de leidsters een houvast in het werken met de kinderen, de ouders een mogelijkheid om te kiezen op pedagogische opvattingen en als het goed is levert het een goed pedagogisch klimaat op voor de kinderen. Het pedagogische beleidsplan is opgesteld om de volgende redenen:

  • het is een leidraad voor de pedagogische medewerksters en biedt houvast bij hun dagelijkse omgang met de kinderen. Het pedagogisch beleid is uitgewerkt in het Pedagogisch Werkplan voor pedagogisch medewerkers. Zo nodig kunnen medewerkers worden aangesproken op hun handelen.
  • Het informeert ouders van kinderen die de BSO (gaan) bezoeken over onze werkwijze en de omgang met de kinderen.
  • Andere betrokkenen (bijvoorbeeld gemeente, GGD) kunnen inzicht krijgen in onze pedagogische werkwijze.

De vier pedagogische opvoedingsdoelen die in de Wet kinderopvang genoemd worden, zijn uitgangspunt bij het opstellen van dit pedagogisch beleidsplan. Deze vier pedagogische basisdoelen zijn:

  • het aanbieden aan kinderen van een gevoel van – emotionele- veiligheid
  • het bieden van gelegenheid tot het ontwikkelen van persoonlijke competentie
  • het bieden van gelegenheid tot het ontwikkelen van sociale competentie
  • het bieden van de kans om zich waarden en normen eigen te maken

Werken met werkplannen

Het pedagogisch beleid is het uitgangspunt voor de werkplannen waarmee binnen de BSO gewerkt gaat worden. In deze werkplannen worden van iedere BSO- groep binnen Second Home Kinderopvang, de plannen beschreven voor de praktische uitvoering van het pedagogisch beleid. In de opzet van de plannen zijn de vier opvoedingsdoelen verwerkt:

  1. Het bieden van emotionele veiligheid;
  2. Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van persoonlijke competentie;
  3. Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van sociale competentie;
  4. Overdragen van normen en waarden.


Emotionele veiligheid

Second Home Kinderopvang BSO vindt het erg belangrijk dat een kind zich veilig voelt. Vanuit het gevoel van veiligheid is er ruimte voor alle soorten emoties. De pedagogisch medewerker begrijpt dit en geeft hier ook de ruimte voor waardoor het kind zich ‘thuis’ kan voelen. De band die wordt opgebouwd met het kind zorgt ervoor dat de pedagogisch medewerker toegankelijk is voor verhalen en emoties van het kind. Als kinderen moe zijn of gewoon even geen zin hebben is er de gelegenheid om bijvoorbeeld even een boekje te gaan lezen. Wanneer de kinderen vol energie zitten is er bijvoorbeeld de mogelijkheid om buiten te sporten. Er worden regelmatig zowel sportieve, als creatieve activiteiten aangeboden waar kinderen ook hun emoties in kwijt kunnen. Kinderen zijn niet verplicht om aan de activiteiten mee te doen, maar er zal wel worden geprobeerd ze hiervoor te motiveren.

Persoonlijke competentie

Door kinderen elkaar te laten helpen en ze samen te laten werken wordt de sociale competentie gestimuleerd. Er zullen complimenten geven worden als een kind iets goed heeft gedaan. Bij conflicten zal de pedagogisch medewerker een bemiddelende rol aannemen zodat de kinderen conflicten zelf op kunnen lossen. Er wordt uitgelegd wat wel of niet aanvaardbaar gedrag is. Er zijn verschillende speelhoeken waarin kinderen het ‘echte leven’ kunnen naspelen. Hierbij leren ze omgaan met elkaar. Door het sportieve karakter van de BSO zal er regelmatig sport aangeboden worden. Door het sporten in teamverband leren ze samenspelen en omgaan met blijdschap en teleurstelling.

Sociale competentie

Het ontwikkelen van persoonlijk competentie doen we door een breed aanbod aan mogelijkheden te bieden. Dit om kinderen zich te laten ontwikkelen op lichamelijke, zintuigelijke, spraak/taal, cognitief en emotioneel gebied. Hierbij houden we rekening met verschillen in belangstelling en ontwikkelingsniveau. Denk hierbij aan het aanbod van verschillende soorten sport, en van creatieve workshops. Het aanbod kan variëren van het maken van een kettinkje tot het maken van een vogelhuisje. Kinderparticipatie speelt een belangrijke rol. Op de BSO zal zelfstandigheid en eigen initiatief gestimuleerd worden. Ook hebben zij inspraak op het aanbod van activiteiten op de BSO en zullen er regelmatig kind- vergaderingen gehouden worden.

Voertaal

Bij Second Home Kinderopvang is Nederlands de voertaal. Er zijn kinderen die van huis uit niet gewend zijn aan het Nederlands. Zeker voor hen is het van belang Nederlands te leren, te oefenen met voorlezen en luisteren. Pedagogische medewerkers hebben een belangrijke voorbeeldfunctie op het gebied van taal. Zij luisteren actief naar de kinderen, dat wil zeggen dat zij reageren op het verhaal van het kind door het samen te vatten of in andere woorden te herhalen. Samen met het kind oefent een pedagogisch medewerker in begrijpen en in het zoeken naar woorden voor wat een kind voelt en probeert te zeggen. Via spel worden nieuwe woorden geleerd en leren kinderen het verband tussen woorden gebruiken.

Normen en waarden

Door reactie van volwassenen ervaren kinderen de grenzen van goed of slecht, van anders, mogen en moeten. Dit betekend dat de pedagogisch medewerker een voorbeeldrol heeft. Door middel van expressie, stemvolume en gedrag worden de grenzen aangeduid. De pedagogisch medewerker geeft het goede voorbeeld door te letten op taalgebruik, respect te hebben voor anderen en zich net als de kinderen te houden aan de huisregels. Door zich te verplaatsen in het kind en te praten over zijn of haar gedrag kan de medewerker een kind sturen. We leren kinderen om te gaan met materialen, bijvoorbeeld om voorzichtig te zijn met speelgoed en knutselwerkjes van andere kinderen. Bij het binnenkomen en verlaten van de BSO wordt er verwacht dat de kinderen de medewerkers begroeten.

Straffen en belonen

Ieder kind krijgt wel eens te maken met het verleggen van zijn of haar grenzen en daarbij komen straf en beloning om de hoek kijken. Om die grenzen uit te proberen gaan ze opzoek naar die grenzen. Binnen bepaalde grenzen heeft het kind alle vrijheid om zich te ontwikkelen en de wereld te ontdekken. Bepaald gedrag dat de grenzen overschrijdt en storend is voor de andere kinderen en de sfeer op de groep zullen wij corrigeren. Dat corrigeren begint met een waarschuwing en helpen het kind zo te herinneren aan de grenzen. We zullen het kind te allen tijde uitleggen waarom zijn of haar gedrag niet getolereerd kan worden. Bepaald storend gedrag kan ook worden genegeerd, bijv. als het kind steeds maar de aandacht vraagt. Vaak wil dit ook helpen. Als de waarschuwingen door middel van het verheffen van de stem, lichaamstaal, negeren, niet helpt zullen wij het kind even apart nemen en het nog eens duidelijk en op een rustige manier (dus even weg van de groep) uitleggen. Het kind komt even tot zichzelf. Met het geven van een compliment, een knuffel, een kus of een aai belonen wij een kind bij positief gedrag. Bijvoorbeeld: als een kind geholpen heeft met oplossen van een conflict met andere kinderen geven wij het kind een compliment . We belonen de kinderen om hen zo te stimuleren dingen zelf te gaan doen.

Pesten

Ieder kind is wel eens het slachtoffer van een pesterijtje. Mocht een kind structureel het slachtoffer zijn van pesten dan heeft dit schadelijke gevolgen voor de ontwikkeling van het kind. Door de voortdurende aandacht voor de relatie tussen kinderen onderling en tussen kinderen en leidsters is er een veilig klimaat in Second Home Kinderopvang BSO. Hierdoor is pesten bespreekbaar en komt daardoor weinig voor. In die gevallen dat er vastgesteld wordt dat er gepest wordt, worden er speciale maatregelen getroffen om een einde te maken aan het pesten. Mocht u het vermoeden hebben dat uw kind pest of gepest wordt, bespreek dit dan met ons.

Werken met thema’s en jaarritme

Second Home Kinderopvang werkt aan de hand van verschillende thema’s gedurende het hele jaar. Er is een Themakalender aanwezig wat in de groepen hangt en hierop is een overzicht te zien van alle thema’s en in welke week van het jaar de Thema’s worden gehouden. Hierbij kan gedacht worden aan de vier jaargetijden, feestdagen en alles wat hiermee samenhangt. Alle activiteiten zoals liedjes, knutselwerkjes en spelletjes zullen hieraan verbonden worden. Ook is het thema in de aankleding van het kinderdagverblijf terug te zien. Op het kinderdagverblijf is een map aanwezig waar alle thema’s in worden toegelicht en waar ideeën rondom dit thema in zijn terug te vinden. Door te werken met deze verschillende thema’s leren kinderen de betekenis hiervan. Er worden gerelateerde verhalen verteld en de kinderen leren de gedachte achter feestdagen en de verschillen in de natuurseizoenen. Naar buiten gaan is hierbij dan ook erg belangrijk.

Omgaan met conflicten

We geven duidelijk aan wat wel en niet mag, waarom het niet mag en wat voor effect het gedrag op de ander heeft. Daarbij is consequent zijn en duidelijk grenzen aangeven belangrijk en communiceren wij veel met lichaamstaal. In het samenspel met de andere kinderen leren ze zichzelf kennen. Daarnaast leren ze hun eigen grenzen aan te geven. We vinden het belangrijk dat kinderen de kans hebben om hun zelfstandigheid te bevorderen en leren voor zichzelf op te komen. Daarom laten we ze conflicten onderling zoveel mogelijk zelf oplossen. Als ze er niet uitkomen dan worden ze door de pedagogisch medewerkers hierin begeleid.

Omgaan met verschillen

Alle kinderen zijn welkom, dus natuurlijk ook kinderen met een lichamelijke en of verstandelijke beperking. In de groepen waar het mogelijk is, wordt er op niveau van de kinderen uitgelegd waarom dit kind er “anders” uitziet of doet. We behandelen alle kinderen gelijk, ongeacht of ze een beperking hebben of anders zijn. Hoewel elk kind welkom is, vraagt soms de zorg en begeleiding van een kind wel een heel specifieke deskundigheid. Dan kan het zo zijn dat het kind niet bij ons op zijn plaats is, omdat wij die deskundigheid niet in huis hebben.

Omgaan met cultuur verschillen

Bij kinderen met een andere culturele achtergrond houden we rekening met hun eetgewoontes, geloof en de feestdagen die zij vieren. Indien het mogelijk is houden wij met alle aspecten rekening. We zijn een verlengstuk van thuis en proberen zoveel mogelijk aan de wensen van de ouders te voldoen.

Omgang met zieke kinderen

Wij verwachten van ouders dat onze medewerkers worden geïnformeerd bij ziekte van een kind. Mocht het nodig zijn, dan zullen wij contact opnemen met de GGD. (bijv. in geval van een besmettelijke ziekte). Alle ouders zullen, bij besmettelijke ziektes, direct op de hoogte worden gebracht. Ouders kunnen dan extra alert zijn bij hun eigen kinderen. Wanneer de pedagogisch medewerker merkt dat een kind verhoging of koorts heeft wordt dit altijd aan de ouders gemeld. Wanneer het kind zich ziek voelt of hoge koorts heeft en zich niet meer prettig voelt in de groep, dienen de ouders het kind op te halen. Kinderen die besmettingsrisico voor anderen opleveren mogen Second Home Kinderopvang niet bezoeken. (Er zal echter te allen tijde overleg plaatsvinden) Dit is noodzakelijk omdat het personeel niet adequaat genoeg is opgeleid om dergelijk zieke kinderen te verzorgen, maar ook omdat er onvoldoende tijd is om een ziek kind de verzorging te kunnen geven die het nodig heeft. Daarnaast willen wij het risico op besmetting naar andere kinderen en medewerkers toe, op deze manier minimaliseren.